Zondag 7 november 2021, De Hoeksteen Benthuizen, zondag 14 november 2021, Protestantse Kerk Limmen & zondag 21 november 2021, De Rank Katwijk

Preek naar aanleiding van Johannes 6:27-35 uit de Naardense Bijbel voor de kerkdienst op zondag 7 november 2021 om 10.00 uur in de Protestantse Gemeente De Hoeksteen te Benthuizen, op zondag 14 november 2021 om 10.00 uur in de Protestantse Gemeente te Limmen en op zondag 21 november 2021 om 10.00 uur in de Hervormde Gemeente De Rank te Katwijk

Gemeente,

In het boek The singularity is near uit 2005 voorspelt de Amerikaanse artificial intelligence-expert Ray Kurzweil, dat we rond 2040 onsterfelijk zullen zijn geworden. Enige tijd later zal volgens hem de snelheid van technologische ontwikkeling de oneindigheid bereiken. Onsterfelijkheid en oneindigheid zijn twee begrippen die we ook in bijbelse teksten tegenkomen. Alle mensen zijn sterfelijk en wie bijvoorbeeld niet met dit feit kan leven, zou kunnen wensen onsterfelijk te worden en daarmee oneindig te leven. De dood en de nacht zullen niet meer zijn. Oneindigheid, in het Grieks ápeiron en in het Latijn infinitum, betekent zoveel als het grenzeloze, het onvoorstelbaar grote, dat wat zeer ver weg is of het Jenseitige. Oneindigheid als begrip tegenover het eindige, begrensde leven kun je denken als staande voor een totale potentialiteit en grenzeloze bestaansvolheid, waaruit het eindige in zijn concrete, actuele veelheid ontstaat. Door oneindigheid in een duidelijke betrekking of relatie te brengen, zou je oneindigheid tot een echt deel van jezelf kunnen maken.

In het Nieuwe Testament komen verwijzingen voor naar eeuwigheid, zoals in het Johannesevangelie, in Openbaring en in de eerste Johannes-brief. Eeuwigheid, en dat is het punt dat ik wil maken, is in deze contexten van het Nieuwe Testament geen oneindigheid. Sterker nog, het nieuwtestamentische begrip eeuwigheid lijkt een kritisch correctief te zijn op zowel het Griekse begrip oneindigheid als op het bijbels Hebreeuwse begrip olam, dat te vertalen is als onafgebrokenheid, haltloosheid, voortdurende beweging of stroming. In de omringende hellenistische wereld en in gesprek met veelal leidinggevende vertegenwoordigers van oudtestamentische denkbeelden over tijd en zijn, komt in het Johannesevangelie een nieuw begrip naar voren, dat de auteur in een eigen sfeer inbedt en met een meer subjectieve denktrant gepaard laat gaan. Eeuwigheid fungeert hier niet als een abstract begrip voor een eindeloze tijd. Eeuwigheid vormt veeleer een samenvoeging van twee ongelijksoortige zaken, namelijk het fysieke en het metafysische, zodat er een nieuwe kwaliteit ontstaat, in dit geval eeuwigheid.

De Jezus die wij in het Johannesevangelie leren kennen, is de spreekbuis van Johannes’ hoofdidee: het eeuwige leven. Met dit idee onderscheidt Johannes zich van de andere nieuwtestamentische evangelisten Mattheüs, Marcus en Lucas, aangezien zij Jezus vooral portretteren als de verkondiger van het idee dat het rijk van God spoedig zou aanvangen. De eeuwigheid waarvan in het Johannesevangelie wordt gesproken, staat voor de intensiteit van leven, die juist kan ontstaan door van een afstand naar het leven te kijken, en naar wat daarin een rol kan spelen. De aaneenschakeling van deze momenten van intens leven resulteert in een continuïteit die in het Nieuwe Testament eeuwig leven wordt genoemd.

De sleutel tot eeuwigheid, het eeuwige leven of leven in de eeuwigheid is een houding van geloof. Met geloof doel ik niet op inhouden, beweringen, uitspraken van bijvoorbeeld religieuze, metafysische aard, maar op een affirmatieve houding, waarin je via je reacties positief gedrag, gebeurtenissen en processen bevestigt. Je geeft je over aan opbouwende initiatieven en interventies die andere mensen plegen, zegt ja tegen gebeurtenissen, beweegt mee in processen en stemt in met besluitvorming. Deze houdingen van geloof, acten zijn het eigenlijk, kunnen in de tijdservaring zowel voor een vertraging als voor een versnelling zorgen. In de overgave aan het andere, dat wat jij niet hebt gewild, bedacht, gedaan en geoordeeld, speelt de tijd geen rol meer.

Geloof opgevat als een grondhouding van ja zeggen tegen wie of wat zich aandient, is een verlenging, een verrijking van levensduur in de zin van zinvolheid. Door geloof kun je op die manier deelnemen aan de eeuwigheid, aan eeuwig leven hier en nu. Eeuwigheid is in deze interpretatie geen chronologisch begrip, dat zich rekenkundig laat ordenen in een tijdsvolgorde, waardoor we kunnen rekenen met een verloop van tijd. In nieuwtestamentisch perspectief is eeuwigheid geen kwantitatief begrip, maar een kwalitatief begrip. Eeuwigheid staat voor de gelegenheid, het juiste moment om veel in, van, voor en met jezelf na te laten en verwachtingsvol, spannend haast, ruimte te creëren om te zien wat er gebeurt en jezelf daarin te laten meenemen, mee te gaan met wat er van de andere kant op je toekomt, mits het constructief is.

Doordat eeuwigheid in het Johannesevangelie een kwalitatief begrip is, een levenskwaliteit aanduidt, die wordt gekenmerkt door de ervaring van zinvolheid, kan ‘Johannes’ een onderscheid maken ten aanzien van hetgeen onderhevig is aan vergankelijkheid, aan eindigheid. Hij geeft voorbeelden van concrete zaken die ons tijdelijk voeden en die wij behoeven om in leven te blijven. Echter, ze bevredigen en verzadigen kortdurend, zijn van voorbijgaande aard en vragen om herhaling. Deze ondergrens of minimale vorm van bestaan wordt door ‘Johannes’ in bijvoorbeeld Johannes 6 vers 35 onder kritiek gesteld. Zijn grotere bezwaar is echter, dat ze ons weliswaar onderhouden, maar niet echt leven geven, niet waarlijk doen leven, zo niet doen ópleven. In het Johannesevangelie is een lage waardering te vinden voor kortstondige zaken. De geestelijke zaken, dat wil zeggen die acten van onze geest die intens en langdurig tegemoet komen aan onze existentiële, intellectuele en psychische verlangens, is wat in het Johannesevangelie hoog wordt gewaardeerd.

Uitgerekend de ervaringen van lijden, een gebrek aan motivatie en inspiratie, tegenslag en blijvend verlies, rouw en het begeleiden van stervenden in de pastorale praktijk hadden bij Johannes vragen over zingeving, spiritualiteit en ethische afwegingen opgeroepen en in hem een gerichtheid gewekt op dat wat onvergankelijk is, op dat wat niet voorbij gaat. Die gerichtheid zou zijn sporen nalaten in zijn evangelie. Het zou ook het motief worden voor de boodschap die in het Johannesevangelie te lezen is, namelijk dat de christenen voor wie Johannes schreef, zich in hun leven zouden richten op de dingen die ertoe deden, die bestendig zijn, eeuwigheidswaarde hadden.

Teruggrijpend naar het begin van de preek, als God een woord is voor de aaneenschakeling van momenten waarop wij intens, dat wil zeggen krachtig, diepgevoeld, aandachtig en met zorg leven, welhaast op zo’n manier dat nauwelijks iets ons ontgaat, dan kunnen we ervaren dat er in subjectieve, psychologische zin geen tijd meer is aan de hand waarvan we gebeurtenissen ordenen. Van dit kwaliteitsmoment dat Johannes het eeuwige in een mensenleven noemt, dacht hij, dat de pastoranten in zijn gemeente veelal op zoek waren, omdat ze pas dan voelden, dat ze volop leefden en gelukkig waren. Een oude manier waarop zij de wereld hadden leren kennen, ging dan voorbij, de wereld toonde zich opnieuw aan hen. De ervaring van het eeuwige vond veelal abrupt plaats, gebeurde plotsklaps, voor ze er erg in hadden, en zonder erop bedacht te zijn, vaak wanneer zij zichzelf vergaten en in verwondering en enthousiasme door wat zich in de buitenwereld bevond, werden meegenomen.

De zelfvergetelheid of het verlies van zelfbewustzijn als mogelijkheidsvoorwaarde voor het intreden van het eeuwige, als een ervaringsgebeurtenis in onze geest, lijkt haaks te staan op de geest van de tijd waarin wij leven. Naar aanleiding van de moderniteit met haar nadruk op autonomie en het belang van individuele subjectiviteit, zelfcreatie als kenmerk van de postmoderniteit en hedendaagse vertogen over zelfregie en eigen verantwoordelijkheid alsook de cultuur van self-branding als antwoord op nihilisme, kunnen we ons afvragen of het begrip van het eeuwige zoals we dat in het Johannesevangelie aantreffen, ons nog iets te zeggen heeft. Of wij zullen leven alsof we voor eeuwig leven, zal afhangen van de bewegingen die we op de plaats waar we ons bevinden in onze geest maken. Dan kunnen nieuwe inzichten vorm krijgen, komen we boven de tijd te staan, en worden we door elkaar verlicht.

Amen