Zondag 25 september 2022, De Brasserie Het Zonnehuis Zonnehuisgroep Vlaardingen, zondag 9 oktober 2022, Bethelkerk Den Helder & zondag 30 oktober 2022 Houtrustkerk Den Haag

Preek naar aanleiding van Jesaja 11:1-9 en Matteüs 3:13-17 uit de Naardense Bijbel voor de kerkdienst op zondag 25 september 2022 om 10.15 uur in De Brasserie van Het Zonnehuis binnen de Zonnehuisgroep Vlaardingen, op zondag 9 oktober 2022 om 10.00 uur in de Bethelkerk te Den Helder en op zondag 30 oktober 2022 om 10.30 uur in de Houtrustkerk te Den Haag

Gemeente,

Jesaja is een man op leeftijd en bevindt zich op het moment van schrijven in een oorlog. Hij heeft de afgelopen jaren veel dreiging, verharding, politiek gesteggel en angst onder de lokale bevolking meegemaakt. Er klonken geen kinderstemmen meer in de straat. Ze klauterden niet langer over de rekken op de pleinen. Jesaja zag geen ballen over hobbelige wegen rollen. Ze kwamen niet meer bij hem met hun snottebellen, een gescheurde broek of lege maag. Wat wel veel stof deed opwaaien was het militante vertoon van buitenlandse krijgslieden. De Syro-Efraïmitische soldaat schreeuwde naar zijn joodse gelovige leeftijdgenoot in burger en rukte zozeer op dat de jood zich afvroeg hoe lang de huidige godvrezende vorst nog op zijn troon zou zitten.

Jesaja schroomde partij te kiezen, geloofde dat geweld kon afnemen, uitwoeden als je niet ingreep, maar voelde zich toch ook ongemakkelijk bij ‘nalatigheid’. In de actuele situatie, die van een wereld die in de fik stond, kon hij niet neutraal blijven. Wat hij vanuit zijn positie in hoofdstuk 11 vers 1 tot 9 doet is een profetie schrijven waarin hij de geboorte van een kind aan het koninklijke hof voorspelt. Aan het eind van het ‘Immanuëlboekje’ dat hij schrijft is een baby het perspectief dat hij schetst. Het is een uiterst vruchtbare poging om het regerende vorstenhuis opnieuw vertrouwen te schenken en een populatie van gelovigen uit een kramp te halen. De profetie was Jesaja op het lijf geschreven. Het is zijn stijlmiddel en het medium waarmee hij zich engageerde met de lokale politiek. Valt er wellicht nog meer te zeggen over de profetie behalve dan haar te duiden als ‘genre’? Wat onderscheidt Jesaja als profeet van wijzen waarop figuren in andere culturen dan het Oude Nabije Oosten zich verhouden tot de toekomst?

We hebben tot dusver ingezoomd op Jesaja’s persoonlijk engagement en zijn betrokkenheid uitgelegd tegen de achtergrond van voor de tijd van de auteurs een historisch-politieke situatie. Als je de profetie breder trekt dan kun je zien dat de profetie een uiting is van een ‘stadium’ waarin een cultuur zoekt naar een eerste vorm van systematische kennisverwerving. De profetie is een gok die deel uitmaakt van een ‘fase’ van ontdekking, raden, uitproberen en ontwikkelen.

Want dat een jonge vrouw, de koningin, een kind gaat baren, zoals Jesaja profeteerde, was groot nieuws in een periode waarin de instandhouding van het vorstendom en daarmee het landsbestuur onzeker is, maar waar baseerde Jesaja die uitspraak op? Hij stond niet als medicus en ook niet als vriend op vertrouwde voet met de koningin en beschikte niet over moderne meetinstrumenten waarmee hij een zwangerschap had kunnen berekenen en aantonen. Waar kwam zijn profetie vandaan?

De voorspelling die Jesaja doet is vergelijkbaar met het formuleren van een hypothese in de wetenschap. Een hypothese is een onbewezen stelling die kan helpen om een onderzoeksvraag te beantwoorden. Het is vaak lastig een dergelijke stelling hard te maken omdat ze vaak in algemene en theoretische termen is vervat. Wel kan een wetenschapper naar aanleiding van een hypothese specifieke gevolgen en verwachtingen opstellen van data die je kunt zien, nagaan en testen. De functie van een profetie was een geschiedenis te documenteren, actuele gebeurtenissen te peilen en op een heel specifieke manier, namelijk een religieuze, naar het verloop van gebeurtenissen te kijken. Een profeet is geen historicus die bouwstenen verzamelt en die op zijn manier in elkaar zet. Een historicus selecteert componenten en rangschikt die op een eigen manier. Een historicus neemt besluiten over zijn gegevens, maar altijd achteraf. Jesaja echter doet een gooi naar de toekomst. Hij zet een stap vooruit. Hij beschikte niet over modellen waar hij gebruik van maakt. Voor het maken van een inschatting van de toekomst van zijn land kon hij zich niet verlaten op regels en standaarden.

Een tweede rol die Jesaja ook niet vervuld, is, zoals in de Griekse oudheid, een orakel dat als doorgeefluik van de goden een uitspraak doet over het lot van een volk. De voorspelling van Jesaja is een waagstuk dat niet op kennis is gebaseerd. Daar zit nou net de crux. Indien Jesaja een voorspelling zou doen op grond van wat hij kon aanwijzen, demonstreren en dus weten dan werd daarmee geen geloof aangewakkerd. Wat Jesaja doet is een hoop in het vooruitzicht stellen waarmee hij de strijd tussen twee bevolkingsgroepen wil beslechten.

Zowel in het Oude Testament als het Nieuwe Testament wordt een geboorte aangekondigd ten teken van een nieuwe tijd. De boreling werd wel gezien als een ‘getuige’ van Gods nabijheid, want waar het ook kraaide, kroop of liep, mensen raakten vertederd of werden overrompeld. Met een kind in de buurt kwam het leven tot bloei. Rivalen legden hun wapens neer, samenwerkingsrelaties werden aangegaan, culturen gedeeld, de levenslust kreeg een impuls, mensen toonden ondernemingszin. Omstanders van wieg, box, buggy of Maxi-Cosi gierden het soms uit van de lach. Zag een gelovige Israëliet een kind lopen dan wist hij: kijk, God is met ons. In die entourage van bevalligheid zette Jesaja wolf en schaap – lees aanhangers van verschillende religies, met een andere etniciteit of uit een verschillend huishouden – bij elkaar zonder dat ze elkaar opvraten. Kind en adder kunnen in die gezichtskring in elkaars aanwezigheid vertoeven zonder dat de één in de ander een prooi ziet.

Ook de auteur van het evangelie op naam van Matteüs heeft in zijn tijd te maken met een vorm van repressie. Zowel ‘burger’ als tempelganger betaalden zulke hoge belastingen dat de gein van de religie en de vreugde deel uit te maken van een samenleving er al gauw af was. Matteüs heeft in een tijdgenoot, Jezus, een politieke figuur gezien die een religieuze oplossing voorstond voor politieke problemen. Hij zet Johannes de Doper zo neer dat de Doper een voorgevoel heeft gehad van de profetische inborst van Jezus, aangezien Johannes hem met schroom ‘binnenhaalt’. Die asymmetrie in intermenselijke verhoudingen waar ‘verlegenheid’ door achting voor een ander op duidt, wordt met de doop teniet gedaan. Dat Johannes Jezus doopt in plaats van andersom egaliseert de verhoudingen. In beide personen kun je een vergelijkbare geest ontwaren, namelijk één die ontevreden is over de culturele en religieuze onderdrukking van minderheden. De doop zorgt ervoor dat beiden nu als kameraden, zeg collega’s in een gezamenlijke religieuze geest tegen die praktijken van onderdrukking in opstand komen.

De volwassendoop heeft in vergelijking met de kinderdoop een avontuurlijke kant. Terwijl een gedoopt kind een naam krijgt en wordt opgenomen in een veilige gemeenschap, wordt de volwassene juist gescheiden van de beschermde wereld waarmee zij of hij vertrouwd is. De moederschoot wordt verlaten: het meisje is een vrouw geworden, de jongen een man. Wie in de geest wordt gedoopt initieert een plan en zet een handtekening onder een akkoord waarmee de dopeling breekt met een ‘oude natuur’ en, heel gewaagd, opnieuw leert leven.

Voor de dopeling die in het waterbad van de geest stapt, vervagen duidelijke grenzen juist (weer) – zij staat in een nevel van damp en ondoorzichtigheid. Er is de ingeving, een blik op wat komen gaat, maar geen zicht op uitkomsten of ‘eindresultaten’. In die ‘doortocht’ vindt een gelovige geen grip in de empirische werkelijkheid. Er is enkel een sterke intuïtie, een innerlijke overtuiging dat je iets te doen staat. Een gelovige noemt die grond ‘God’ en het is deze plaats waar de relatie tussen mens en ‘dat wat de mens overstijgt’ wordt gecultiveerd.

In dat gewest veranderen de biologische verhoudingen in religieuze relaties omdat een mens hier tot kind, uitverkorene of geliefde van God wordt gedoopt. Of je als bevrijd, geëmancipeerd, herboren en nieuw geschapen weer uit die doop komt, geen idee. De dopeling verkeert in een staat waarin er niet de verwachting heerst dat de doop haar of hem rijkdom zal opleveren. Een volwassene die in geestvervoering raakt en de tocht ‘naar God’ heeft aanvaard, mag wensen dat die reis waarop zij onbekende havens binnenvaart, lang duurt en zal zich in geen geval overhaasten. In de geest blijft een gelovige, als was zij een lezeres, liever urenlang in het midden van een boek hangen dan vlot door te lezen of de laatste pagina alvast gelezen te hebben. De test van het geloof is dat je die spanning van het onpeilbare en het onvoorziene weet uit te houden.

Amen